Adrie van Steenselen

59 jaar geleden eerste winnaar van wielerronde van ‘€˜s-Gravendeel

Donderdag 30 april is het voor de 59ste maal dat de wielerronde van ‘€˜s-Gravendeel wordt georganiseerd. Een criterium dat vooral in de laatste jaren tot een van de hoogtepunten van het wielerseizoen kan worden beschouwd. Met veel toeschouwers langs de kant, die volop genieten van mooie wielersport. Een van die aandachtige toeschouwers is zonder twijfel Adrie van Steenselen. Op twintig augustus 1955 was de inwoner van ‘€™s-Gravendeel, toen nog woonachtig in Mijnsheerenland de eerste winnaar van de koers in het Seuterdorp. 

Op bijna het zelfde parkoers als nu wordt gereden was Van Steenselen winnaar voor Rotterdammer Jan Heiden en Frits Rabe. ,,Het was voor veel volk”€™, herinnert zich Adrie van Steenselen, inmiddels 79 jaar. ,,Ik ging als favoriet van start. Dat jaar had ik een geweldig seizoen. Kampioen van Zuid-Holland, wat toen nog in de omgeving van Stompwijk werd gereden, winnaar van de Omloop van de Kempen, voor Michel Stolker en Piet van Est, tweede in de Ronde van Midden-Brabant, achter Stolker en ook tweede in het Nederlandse kampioenschap. Schalk Verhoef werd winnaar op het circuit van Zandvoort. De ‘€˜Lange’€™ uit Rotterdam was dat jaar bijna niet te kloppen. Voor de start in ’s-Gravendeel werden we gehuldigd. Jo de Haan uit Klaaswaal stond er ook bij, die had bij de nieuwelingen gewonnen. Na de start zijn we in een hoog tempo vertrokken. Met een groepje, waarbij Schalk Verhoef, Coen Niesten, Jan Heiden en Jan van Vliet kwamen we voorop. Jongens met een goed eindschot, dat was mijn manco, ik had geen sprint. Tien kilometer voor het einde ben ik voor een bocht hard aan gegaan. Niemand die me kon volgen. Een geweldige ervaring, gedragen door het publiek reed ik naar de bloemen. In de zijspan van de commandant van de politie Van Bree mocht ik mijn ereronde maken, onvergetelijk™.”

Het was een van de vele hoogtepunten in de loopbaan van Adrie van Steenselen, die als bijnaam ‘De zwarte panter uit Mijnsheerenland’™ had. Vijf jaar voor zijn succes in ‘€™s-Gravendeel was hij met wielrennen begonnen. Zoals veel Hoekschewaarders werkte hij, eind jaren veertig, tijdens de bietencampagne op de suikerfabriek in Puttershoek. Hij sjouwde er balen van honderd kilo. ,,Je moet zondag eens bij ons langs komen’’, hadden een aantal Brabantse collega’€™s hem gezegd. ,,Bij ons in het dorp is er een wielerkoers, dat is feest man.”™

Op een gewone fiets was hij er naar toe gereden, overgevaren met het pontje van Numansdorp naar Willemstad. In Brabant ontmoette hij Wout Bos, toen de grote animator van De Hoekse Renners. Die had nog een racefiets voor hem te koop, voor honderd gulden verruilde het vehikel van eigenaar. Adrie van Steenselen werd wielrenner, eerst nog bij de nieuwelingen zonder al te veel succes. De overstap naar de amateurs ging beter af. ,,Ik zei al dat ik geen sprinter was”€™, verklaart Adrie van Steenselen. ,,Ik was een locomotief. Een diesel die op gang moet komen. Bij de nieuwelingen reden we slechts zestig kilometer, ik kwam pas op stoom boven de honderd kilometer. Dat had te maken dat ik in die tijd in Diemen werkte. Op maandagmorgen vroeg ging ik op de fiets daar naar toe, vrijdags kwam ik op de fiets weer naar huis. Daar heb ik van geleerd om solo te rijden. Ik was een echte tijdrijder.”

Het leverde de nodige successen op. In zijn tweede jaar werd hij al tweede in het Nederlandse kampioenschap, Cees Aanraad klopte hem. Het jaar er op won hij de Friese Elfstedentocht. In de rit over 230 kilometer was hij liefst vier minuten sneller dan Schalk Verhoef. Mede dankzij zijn prestaties beleefde de wielersport in de Hoeksche Waard een opleving. Met bussen gingen de supporters mee naar wedstrijden, de organisatie van de wielerronde in ‘€™s-Gravendeel was er ook aan te danken. Vier jaar na zijn succes won Adrie van Steenselen nog eens in wat toen zijn woonplaats was. Nu klopte hij Theo Sijthoff. ,,Opnieuw kwam ik alleen aan”€™, weet Van Steenselen nog. ,,Voor de deur van mijn woning ben ik gedemarreerd, ze zagen mij pas bij de huldiging terug. De dag er na won ik in Dinteloord. Het waren de mooiste jaren van mijn leven. Heel Europa ben ik in die tijd rond geweest. Nee, ik had die tijd niet graag willen missen€™.”