Dick Verdoorn

Dick Verdoorn gaat al een wielerleven mee

Dick Verdoorn, een paar jaar geleden gestopt als gangmaker, was midden in vorige eeuw een verdienstelijk baanrenner die heel wat prijzen won. Wat gebeurde in wedstrijden op de Amsterdamse stadionbaan en natuurlijk op het baantje op de Kromme Zandweg in Rotterdam. In het Antwerpse Sportpaleis stond hij te boek als de renner met de meeste overwinningen. In zijn nadagen, eigenlijk was hij al gestopt, werd hij door Charles Ruys in 1968 gevraagd om mee te doen aan de eerste Rotterdamse naoorlogse zesdaagse.

foto’s zijn van Cor Vos en Peter Schoonen

Voorgangers van hem waren Gerrit van de Ruit, Andrè de Korver en Eddy Gieliet, die aan de eerste editie in 1936 in de oude Nenijto deelnamen. Dick Verdoorn en Johnny Brouwer debuteerden in 1968 bij de eerste naoorlogse Six in de Energiehal, terwijl in Ahoy’€™, waar de zesdaagse nu nog steeds plaats vindt, Wim Bravenboer, Martin Venix en Martin Rietveld en laatstelijk Jeff Vermeulen tot het deelnemersveld behoorden.

Voor Dick Verdoorn (9 juli 1937) was zijn deelname in ‘€™68 een grote verrassing. De rappe coureur was op de piste wel een erkende prijsrijder, in Antwerpen voerde hij zelfs de lijst aan van de amateurs met de meeste eerste plaatsen, liefst veertig overwinningen. Maar toen de organisatoren van de eerste naoorlogse editie Siem Waardenburg en Charles Ruys hem vroegen om in de Energiehal van start te gaan, was Verdoorn al een tijdje met wielrennen gestopt. Hij had enkele jaren daarvoor besloten zijn carrière op te geven, omdat hij tijd en gelegenheid miste om zich helemaal aan de sport te wijden. Het was een mooie loopbaan geweest met een Nederlandse titel, in 1956 was hij nationaal kampioen geworden op de wegsprint over 300 meter. In een spannende strijd had hij toen erkende favorieten op dat onderdeel Joop Reijngoud uit Culemborg en de latere baancoach Frans Mahn verslagen. Ook op het bekende Rotterdamse wielerbaantje aan de Kromme Zandweg, waar hij veelvuldig samen met Wil Bravenboer koppelkoersen reed, reeg hij het ene succes na het andere aan elkaar. ,,Maar de aardigheid begon er af te raken”€™, blikt Dick Verdoorn terug. ,,Ik had niet zoals anderen de gelegenheid om erg veel te trainen en dan raak je achterop. Om die reden ben ik nooit naar een wereldkampioenschap of Olympische Spelen uitgezonden, ondanks ik jaren bij de baanselectie heb gezeten. Steeds als het er op aan kwam, nam een ander mijn plaats in. Jammer, want ik was kandidaat voor de Spelen in Rome en Tokio. Als je dan merk dat je jezelf niet zo kan inzetten als een ander is het beter te stoppen”€™.

Het leek een voortijdig einde aan een wielerloopbaan die eigenlijk terloops was begonnen. Verdoorn was enthousiast gemaakt door Cees de Ruig, een schoolvriendje van hem, maar ook zijn steun en toeverlaat. Thuis bij Verdoorn was men niet zo te spreken was over zijn sportkeuze. Vooral vanwege de zondagrust die hoog werd gerespecteerd. Zijn racefiets, die hij had gekocht van het verdiende geld als hulp bij de melkboer, stond daardoor veelvuldig bij vriend De Ruig geparkeerd. Als hij zondags moest koersen reed hij echter eerst langs de kerk aan de Statenweg, zodat hij ’s avond aan zijn vader kon vertellen welke dominee die dag had gepreekt. Dat veranderde aanzienlijk nadat hij in Werkendam won, de geboorteplaats van zijn ouders. Trots dat zijn vader was en vanaf die dag was het zijn trouwste supporter.

Breekpunt in zijn wielerloopbaan was eigenlijk de militaire dienst. Ondanks een brief van Feijenoord’€™s voorzitter Van de Hoogen aan zijn bataljons commandant kreeg hij geen extra verlof: ,,Zelfs niet al word je wereldkampioen”€™, had die majoor gezegd. Voor de sport waren dat verloren jaren, de schade werd later nog wel enigszins ingehaald. Met plaatsgenoot Aad de Graaf, maar ook met Piet van der Lans uit Den Haag werd nog menig succes geboekt, de grote doorbraak bleef echter uit, voor hem geen loopbaan als beroepsrenner.

Totdat het duo Waardenburg/Ruys hem in ’68 polste voor deelname aan de zesdaagse. Het tweetal had zich laten inspireren door de zakenman Kurt Vyth van de Activit accu’€™s, die in de Amsterdamse RAI, anderhalf jaar daarvoor een dergelijk evenement had georganiseerd. De baan kwam uit Londen en de renners reden in shirts, die waren gebaseerd op de truien van voetbalclubs. De supporters van Sparta kwamen het meest aan hun trekken, het favoriete duo Post-Sercu reed in hun clubkleuren. Verdoorn, 31 jaar inmiddels, was gekoppeld aan de tien jaar jongere Johnny Brouwer. Dit om een lokaal duo te creëren, al had Verdoorn liever met zijn vaste maat Piet van der Lans gereden. ,,Johnny was op de baan eigenlijk een nieuweling—€™, motiveerde Verdoorn die voorkeur. ,,Hij had praktisch geen ervaring in de koppelkoers”€™.

Dat brak het duo dan ook op, achter het winnende koppel Post-Sercu eindigden ze als tiende op 35 ronden achterstand. Doodmoe was Verdoorn na afloop. Toch wilde hij de brommer, die hij als premie had verdiend mee naar huis nemen, dit zeer tegen de zin in van Peter Post, die het vehikel in de prijzenpot wilde stoppen. Verdoorn hield voet bij stuk, maar op de weg naar huis viel de brommer stil, de benzine was op. Moest hij het laatste stuk naar huis, van de Henegouwenlaan naar de Kleiweg, nog lopend afleggen, met de brommer aan zijn hand en zijn baanfiets op de rug.

Nog enkele jaren zou Dick Verdoorn als prof blijven rijden, één seizoen zelfs gesponsord door KRO’€™s Brandpunt Buitenspel. Hij trad nog op tijdens de openingsavond van Sportpaleis Ahoy’€™ in de strijd achter de grote motoren. Later was hij een van de gangmakers van de javanti derny motoren waarbij hij onder meer Theo Kortekaas een paar maal naar de nationale titel leidde. Sinds enige jaren is hij nog alleen toeschouwer, geniet hij dadelijk weer volop van de strijd in de Rotterdamse zesdaagsen.