Herman Mittertreiner

Mooi al die grijze koppies

Herman Mittertreiner is geen dromerig type. Toch heeft de uit Scheveningen afkomstige amateurwielrenner, die veertig jaar geleden door zijn huwelijk naar Rotterdam verhuisde, in zijn leven een paar dromen gehad, die hij zich nog herinnert. ,,Als kind droomde ik dat ik profwielrenner wilde worden. Mijn oom Leo Mittertreiner was na de oorlog een verdienstelijk wielrenner. Later werd die bestuurslid bij de Haagse vereniging De Spartaan, De club reed op een parkoers bij de renbaan Duindicht waar ook nog een open wielerbaan bij Ik was daar vaak te vinden, wilde ook wielrenner worden, helaas was er thuis geen geld voor een koersfiets en mijn vader adviseerde me maar te gaan voetballen.”

Die sport heeft zoon Herman bedreven tot hij al in Rotterdam woonde. Hij speelde bij DEH en Excelsior. Het wielrennen bleef echter trekken, nadat een knieblessure hem belette verder te voetballen werd eindelijk de lang gewenste racefiets aangeschaft. Daarop is hij nog dagelijks te aanschouwen, per jaar trapt hij minstens 20.000 kilometer weg. Inmiddels 61 jaar, doet hij per week aan een aantal wedstrijden mee. Is dat niet bij zijn club RWC Ahoy€™, dan wel bij de Veteranen Belangen Vereniging, waar renners van boven de 50 jaar elkaar wekelijks ergens in het land treffen. Veel bekende oud coureurs zijn daarbij. Gewezen kampioenen als Jan van der Horst, Ron Smit, Ton van Duyvenbode ,maar ook de schrijvers Tim Krabbè en Guus Zantingh.

Herman Mittertreiner is in Rotterdam de man die daar voor de ‘€˜ouwetjes’ de koersen organiseert. Per seizoen zijn dat er een stuk of vier, die aan de Doenkade worden verreden. De Rotterdammer moet daarvoor heel wat werk verzetten. ,,Ik begin daar al in december mee”€™, verduidelijk hij. ,,Per seizoen moet ik toch zo’€™n 1500 euro aan prijzengeld bij elkaar ophalen. Ik heb daar een stuk of 25 sponsors voor. Een vaste groep, soms haken er wat af, maar gelukkig kunnen die worden aangevuld. Het zijn voornamelijk middenstanders, de apotheker, de viskraam, de patatzaak, autobedrijven, horecazaken, fietsenwinkels, noem maar op. Die ga ik dan opzoeken met de vraag of ze weer willen meedoen. Ik doe dat nu al elf jaar, het lijkt wel op bedelen, maar als ik rond ben valt er een hele last van mijn schouder. Zeker op de dag van de koers geeft het voldoening, vooral als je na afloop al die grijze koppies in de kantine ziet zitten. Naast het sportieve hebben deze wedstrijden een sociale functie. Al die oud coureurs blijven daardoor met elkaar in contact, het is prachtig om de verhalen van vroeger te horen€™.”

Zelf doet Herman Mittertreiner ook aan deze wedstrijden mee. ,,Wielrennen is mijn lust en leven”€™, is zijn statement. ,,Helaas ben ik er te laat aan begonnen, ik was al dik in de twintig voordat ik mijn eerste koers reed. Je mist daardoor de finesse, het koersinzicht wat oud renners wel hebben. Toch mag ik met tevredenheid terug kijken op mijn prestaties. Ik heb toch menig koersje gewonnen. Ook op de baan in het sportpaleis tijdens Ahoy op Zondag.

Ik ben wel een ouderwetse wielrenner, ga zo veel mogelijk op de fiets naar de koers. Een paar jaar geleden was het kampioenschap in Groningen, ben ik ook naar toe getrapt. De eerste dag naar Assen, vervolgens was het nog maar een klein stukje. Ook ben ik wel eens op de fiets naar Sankt Johann in Oostenrijk gereden, 1181 kilometer. Daar is het wereldkampioenschap voor veteranen, 28 keer heb ik daar aan meegedaan, bijna altijd reed ik in de prijzen. Waar ik in de wielersport wel eens ziek ben van geweest, is dat er renners zijn die ongeoorloofde middelen gebruiken. Daartegen moet veel meer worden opgetreden. In al die jaren dat ik nu meerijd heb ik slechts vijf controles buiten de kampioenschappen meegemaakt, dat is veel te weinig.”

Een droom van Herman Mittertreiner die uitkwam, was de overwinning in de wielerronde van Poortgaal. ,,Jarenlang heb ik gedroomd over een solo overwinning”€™, geeft hij toe. ,,Alleen aankomen, dat leek me toch wel wat. Tot het gebeurde in de Ronde van de Albrandswaard. Die was dat jaar in Poortugaal, eigenlijk een tegenvaller omdat ik dacht dat we in Rhoon moesten rijden. Poortugaal was niet mijn parkoers, ik had daar nog nooit iets gepresteerd. Echt gemotiveerd om mee te rijden was ik dan ook niet, reed achterin het peloton mee. Totdat ik naar voren reed bij een premiesprint, die ik dacht te winnen. Hoorde ik dat er nog drie koplopers voorop reden. Ben ik naar toe gereden en drie ronden voor het einde gedemarreerd. Kreeg ik nog een jongen van De Coureur mee, die brak echter zijn zadel. Alleen ben ik door gegaan en gewonnen, mijn droom was uitgekomen.”